Spec.

Spec.

Ja, dacht ik, toen ik dit miniatuurkevertje langs zag glimmen, deze weet ik. Die kleur, dat metallic-achtig glanzen, dat mooie bolletje.. dat moet het een of andere haantje zijn. Puur om mijn triomf te vieren haalde ik 'm door de Obsidentify app. Altica spec., meldde die. 100% zeker. Ik leer het waarschijnlijk nooit.

Geen wesp dus

Geen wesp dus

Er kruipt en fladdert en zoemt wat rond op de tuin. Ik mag daar graag naar kijken, ik mag dat graag horen. En als het me lukt iets een beetje fatsoenlijk op de foto te krijgen, wat nog niet meevalt, vind ik het ook leuk om te weten te komen wat het is, dat daar kruipt of fladdert of zoemt. De app Obsidentify helpt me daar over het algemeen snel en trefzeker uit de onwetendheid. Tijdelijk, in elk geval. Foto uploaden en per ommegaande krijg je de Latijnse naam, indien beschikbaar ook de Nederlandse naam en bij twijfel nog mogelijke alternatieven, compleet met percentages van waarschijnlijkheid, als aanknopingspunten voor nader onderzoek. Het insect op de foto hierboven heeft een naam gekregen waar de twijfel voor de zekerheid al in is meegenomen, want met hommelbijvlieg zit je altijd wel goed. Was dan ook 100%.

De jonge onderzoeker

De jonge onderzoeker

Aan verschillende van mijn rozenstruiken verscheen vorige zomer een vreemde, harige vergroeiing. Het zag eruit als een soort mos. Ik vermoedde al dat het een insect zou zijn, die dit had veroorzaakt, gelijk galappeltjes aan een eikenblad, en dat bleek te kloppen. Het ging om de rozenmosgalwesp. Nou goed, het zat mij verder niet in de weg, ik verkondig altijd dat ik een insectenvriendelijke tuin heb dus ook de rozenmosgalwesp is welkom. De vergroeiingen werden in de loop van de tijd langzaam bruin, maar verdwenen niet. Van de week stond ik ze weer eens te bestuderen, benieuwd naar eventuele ontwikkelingen, en meende ik gaatjes te zien, waardoor, meende ik verder, de jonggeboren rozenmosgalwespjes wel tevoorschijn zouden zijn gekropen om te gaan doen wat rozenmosgalwespen dan zoal doen, in hun leven. Als de jonge onderzoeker die ik ben, besloot ik zo'n gal maar eens open te snijden, nu hij toch verlaten was, om te bekijken hoe dat er van binnen dan uit zou zien. Ik sneed er een van z'n struik en zette het mes erin. Het was verbazend houtig. De doorgesneden gal was prachtig om te zien. Tal van ronde kamertjes had ik blootgelegd, met mijn nieuwsgierige mes. En veel van die kamertjes bleken tot mijn schaamte nog volop bewoond door piepkleine, witte larfjes die geschrokken van dit plotselinge geweld niet wisten waar ze het zoeken moesten. Ik wist het ook niet. Ik stond weer mooi voor joker, in m'n insectenvriendelijke tuin.

Gegroet

Gegroet

Met de telefoon in de hand kruip en sluip ik door de tuin, op zoek naar beestjes, in de hoop ze een beetje leuk te fotograferen en zo te determineren. Om daarna de meeste namen meteen weer te vergeten, maar goed. Het valt over het algemeen nog niet mee ze fatsoenlijk op de foto te krijgen, want als ik ze zie, zien ze mij ook en maken zich uit de vleugels. Met gezwinde spoed. Liever blo Jan dan do Jan, lijken ze te denken. Zo niet deze bleekgele weekschildkever. Die klimt naar het topje van zijn grasspriet en wuift me vrolijk toe. Hallo! Hier zit ik!

Het zegent

Het zegent

Het komt eigenlijk niet zo heel vaak voor dat je blij bent dat het regent als je naar de tuin wilt. Meestal check je met fronsende blik de buienradar en ziet er vervolgens van af. Maar nu heeft het zó lang niet geregend dat het je bijna niet hard en lang genoeg kan regenen en ga je met plezier nat staan worden in je tuin, alleen al om te zien hoe je planten en bomen en struiken daar van staan te genieten. En dit kleine groene beestje vindt het blijkbaar ook niet erg om eindelijk weer eens een nat pak te halen - obsidentify is niet honderd procent maar wel bijna zeker dat het een oedemera lurida/virescens is. Nou ja, dat laatste hoef je niet op te schrijven.

Elzenballet

Elzenballet

Het elzenbladcircus is weer terug op de tuin. Vorig jaar ontdekte ik deze acrobatische rupsjes voor het eerst in mijn zwarte els. Aanvankelijk was ik, zal ik toegeven, niet zo blij, want ze vraten behoorlijk systematisch in hoog tempo blad voor blad mijn lieve, vers aangeplante boompje kaal. In rijen van tien begonnen ze aan de rand en vraten zich onverstoorbaar naar het steeltje, om daarna met de hele bups naar het volgende blad te verhuizen. Maar later zag ik wat een grappige beestjes het dan eigenlijk weer zijn. Die eensgezinde, gecoördineerde schranspartij is al bijzonder, maar als je tegen het blad tikt, met je vinger, of het blad beetpakt, steken ze allemaal, volkomen synchroon, onmiddellijk hun achterlijf omhoog, als in een strak geregisseerd ballet. Zonder te stoppen met vreten trouwens, dat gaat gewoon onverdroten door. Ik zag ze ook elke dag weer groter geworden, tot ze op een dag langzaamaan stuk voor stuk verdwenen. De grond in om te verpoppen, was mijn veronderstelling. Op internet vond ik uit dat het ging om de larve van de elzenbladwesp. Geen rupsen dus, maar bastaardrupsen. Je ziet het aan de pootjes, leer ik, alleen de voorste zes zijn echt, de rest is versiering, of camouflage, nep in elk geval. Ik nam me voor het dit voorjaar in de gaten te houden, of ik elzenbladwespjes tegenkwam. Maar nee. Maar de rupsen zijn er wel weer. Ze zijn nog klein. Hun ballet is nog steeds leuk om naar te kijken. En die paar blaadjes van de Els, nou, dat moet dan maar.

De veelgeprezen natuur

De veelgeprezen natuur

Kijk, je hebt een insectenvriendelijke tuin, althans, dat beweer je steeds. Dus dan moet je niet vreemd opkijken wanneer daar inderdaad insecten op af komen. Ook niet wanneer dat insecten zijn waar je nou misschien niet één twee drie op zit te wachten. Ook die zul je moeten omarmen als onderdeel van de veelgeprezen natuur. En dat doe ik dan ook. Laat maar gaan, denk ik. En vertrouw erop dat de natuur weet wat ze doet. Bovendien is het toch ook een wonderlijk verschijnsel hoe die mieren een soort intensieve veehouderij opzetten.

Herstel

Herstel

Voor de volledigheid, en om te laten zien dat ik niet helemaal uit mijn nek zit te oreren, maar ook om toe te geven dat ik toch ook weer eens een klok en klepel verhaal heb op zitten hangen, een tweede portret van de doodskopzweefvlieg, dit keer meer ten voeten uit. Daarop is te zien dat in de tekening van zijn borststuk, op zijn rug, direct achter zijn kop, met enige verbeelding een doodskop valt te ontwaren. Vandaar doodskopzweefvlieg. Dus niet, zoals ik eerder beweerde, in de tekening van zijn achterlijf. Maar goed, niet om mijn gelijk te halen, op zijn achterlijf zie ik toch echt ook iets van een doodskop. Maar dat zal dan wel mijn verbeelding zijn.

Boktor

Boktor

Als je al wist dat het een boktor was, zou je misschien verwachten dat dit dan de doodskopboktor was. En dat had wat mij betreft makkelijk gekund, want dat bekt lekker, met al die o's, en ik heb niet heel veel verbeelding nodig om hier, op de schouders, een mysterieus grijnzende doodskop te zien. Maar nee, zo zit de wereld der insectennaamgeving niet in elkaar, want dit is de kleine wespenboktor. Nou ja, dat kan ook.

Tevredenheid kent geen tijd

Tevredenheid kent geen tijd

Deze doodskopzweefvlieg zit tevreden in zijn handjes te wrijven, op het blad van de Gunnera. En dat is natuurlijk fijn om te zien, wanneer je, zoals ik, probeert er een insectenvriendelijke tuin op na te houden. Hoe meer tevreden handenwrijvende insecten hoe beter. Doodskopzweefvlieg heet ie omdat in de tekening op het achterlijf iets van een doodskop valt te ontwaren. Dat kun je op deze foto dus niet zien, omdat ik zelf dan weer zo tevreden was over dat handen wrijven.