Plantage

Plantage

Mijn vrouw laat allerlei wortelschieten, in de vensterbank van het keukenraam, om het als kiemen door de salade te roeren. Superfood. Zo waren ook deze mungbonen bedoeld om taugé te worden. Ik zette er een paar in een bakje met grond, meer uit balorigheid dan wat anders, en nu heb ik opeens een mungbonenplantage.

Sla eten

Sla eten

Voor één groente hoef ik nooit veel moeite te doen, en dat is deze rode sla. In de zomer is er altijd wel een krop die doorschiet, al is het maar omdat ik dat laat gebeuren sinds ik het door heb, en die na de bloei het pluis laat waaien, zodat ik aan het begin van het voorjaar op de vreemdste plekken zaailingen vind. Ook nu weer. Ik verzamel ze, zet ze in potjes om wat groter te worden en daarna in één van de bakken. In keurige rijtjes, zodat het net lijkt alsof. Nog een groot voordeel is dat de slakken het niet lusten. Ik houd van rode sla. Ik heb er nu een stuk of twaalf, dus dat wordt straks weer even flink sla eten omdat ze allemaal tegelijk klaar zijn. Al laat ik er natuurlijk ook weer eentje doorschieten.

Zeldzaam

Zeldzaam

Wanneer op de tuin iets opkomt dat ik niet ken, of iets rondvliegt of kruipt dat ik niet meteen thuis kan brengen, en dat komt nogal eens voor, is daar altijd de app obsidentify, die het vaak wel weet. Of in elk geval een aantal suggesties doet van wat het zou kunnen zijn, en met hoeveel procent zekerheid. Je krijgt dan de Latijnse naam, die je meteen weer vergeet, de Nederlandse naam, indien die bestaat, wat vooral bij insecten niet vanzelfsprekend blijkt te zijn, en die je vaak ook vrij snel weer kwijt bent, plus een melding van hoe bijzonder je ontdekking is. Dat loopt van algemeen, via vrij algemeen naar zeldzaam. Over het algemeen zijn mijn ontdekkingen algemeen. Hoe bijzonder ik ze zelf soms ook vind. Dit plantje heb ik wekenlang langzaam maar zeker op zien komen. Bijna had ik het als gras weggetrokken, zo onbeduidend en nietszeggend was het. Nu zat er dan eindelijk een bloemetje aan waar de app iets mee kon. Allium paradoxum. Die naam mag u weer vergeten. Armbloemig look, in het Nederlands. 100% zeker. En, nu komt het: zeldzaam. Ik bedoel maar, nooit zomaar iets wegschoffelen.

Aanwaaier

Aanwaaier

Ook leuk, er komt van alles aanwaaien, als je niet oplet. Of eigenlijk als je wel oplet. Dit schattige, kleine bloempje bijvoorbeeld, kruipt zo opeens onder de snijbiet uit. Ik heb geen idee wat het is, behalve mooi, maar de app helpt me verder. Gewone duivenkervel. Nou, noem het maar gewoon. Een pioniersoort op stikstofbodem, lees ik verder. En een echt akkeronkruid. Welkom op mijn tuin.

Onkruid bestaat niet (2)

Onkruid bestaat niet (2)

Er wordt een beetje neergekeken op paardenbloemen, op het complex. Paardenbloemen, dat is onkruid. Dat moet weg. Dood. Uitgeroeid. Dat ik ze gewoon laat staan waar ze willen staan, daar wordt hier en daar laatdunkend over gedacht. En soms gesproken. Oh, hier komen al die paardenbloemen vandaan, krijg ik dan te horen. Van iemand die daar dan blijkbaar last van heeft. Maar kijk, op hun eigen dorre, omgespitte en gefreesde akkers met oranje restjes gras, daar bloeit helemaal niks. Dus ze mogen blij zijn dat de hommels en de bijen waarvan ze hopen dat die straks hun appeltjes en peertjes komen bevruchten, hun prijswinnende pompoenen, dat die op mijn geminachte onkruid in elk geval wel al wat te eten hebben.

Don Quichotte

Don Quichotte

Met het voorjaar en het mooie weer is ook de eeuwigdurende en niet te winnen strijd tegen het Heermoes begonnen. Een op zich niet eens echt lelijke plant, eerder een beetje onopvallend, die het goed zou doen als groene opvuller in boeketten, maar die ook de megalomane neiging heeft de hele tuin over te nemen. Met wortels als een glasvezelnetwerk door het hele perceel. Een zevenkoppige draak die voor elke afgeplukte pluim zeven nieuwe pluimen omhoog stuurt, binnen een dag als het moet. Tegen beter weten in loop ik weer mijn gebukte rondjes om de overal opschietende bloeiaren weg te plukken. Dat moet ook nog een beetje voorzichtig, heb ik vorig jaar geleerd, omdat die bij het minste geringste hun sporen met de wind mee laten waaien. Maar goed, denk ik dan naïef, als ik ze nou maar allemaal wegpluk, valt er voor die sporen ook niks te bevruchten.

In de week

In de week

Van mijn dochter kreeg ik vorig jaar een klein lathyrus plantje, dat in de loop van de zomer uitgroeide tot een flinke struik, waar na de bloei handenvol boontjes aan hingen te drogen. Die ik allemaal plukte zodra ze droog genoeg waren. In een boek las ik dat je de zaden het beste even kunt weken, voor je ze in het voorjaar hoopvol ter aarde bestelt, dus ik dacht: laat ik dat advies eens opvolgen. Nu is het afwachten of ik straks weer een plantje kan teruggeven aan mijn dochter. Of misschien wel meer dan één.

Kouwelijk wiegend

Kouwelijk wiegend

Tegen de rand van mijn huisje staat inmiddels een heel rijtje kievitsbloemen, kouwelijk te wiegen in de nooit aflatende Noord-Hollandse wind. Ik snap niet waarom ze niet even wachten tot het zonnetje wat zelfverzekerder aan de hemel staat, dat past beter bij ze, voor mijn gevoel. Maar voor de hommels is het wel fijn dat er al wat te halen valt.