Mijn dochter, die er zelf een duizend soorten stadstuin op nahoudt, gaf mij de tip. Van de week had ik, een beetje aan de late kant, mijn nestkastjes leeggehaald en daar hier een berichtje over geplaatst. Mijn dochter las dat, en raadde mij aan de gebruikte nestjes in een bloempot te stoppen en die in een rustig hoekje op de tuin te leggen, voor de hommels. Hommels nestelen graag in verlaten muizenholletjes en gebruikte vogelnestjes. Wist zij. Ik wist het ook, maar ik denk daar dan niet aan op het moment dat ik een nestkast leeg sta te halen. Ik had die vogelnestjes op willekeurige maar goed bereikbare plekken in de tuin neergelegd met het idee dat het nestmateriaal misschien hergebruikt kon worden, door de mezen, of wellicht zelfs de tjiftjaf. Maar ik ben ook dol op hommels en die kunnen alle hulp gebruiken dus vandaag volgde ik het advies van mijn dochter op. De nestjes lagen nog onaangeroerd waar ik ze had neergelegd. Ik raapte ze bij elkaar en stopte ze in een grote bloempot, vulde het aan met wat droog gras en zocht een mooi plekje voor ze uit. En nog terwijl ik met mijn hommelhuis onder de arm rond liep te sjouwen hoorde ik een hommel zoemen. Ik zag haar ook, het was er zo een met een witte kont. Een aardhommel, heb ik net even opgezocht. Duidelijk op zoek, zigzaggend over de grond, af en toe een korte landing ter inspectie. Ik zette mijn hommelhuis zo uitnodigend mogelijk neer, naast een boomstam, aan de rand van de tuin, tegen een bescheiden aarden wal, ondertussen vanuit mijn ooghoeken de hommel volgend. Maar dat zou te mooi geweest zijn natuurlijk. Nee, de hommel verdween in een muizenhol. Daar heb ik er namelijk ook heel veel van.
Home sweet hommel








